Bericht

springlevend_foto_SIED_deelnemers_KLEIN_Zes bestuursleden en vrijwilligers van de SIED namen op 16 februari deel aan het provinciale symposium Erfgoed Springlevend in de oude fabriek van Holec, nu de Creatieve Fabriek, in Hengelo. DE SIED was ook op een andere manier prominent aanwezig: ons Silorama was een duidelijke blikvanger. Het symposium was door de provincie Overijssel georganiseerd om terug te kijken op 10 jaar stimuleringsprogramma ‘Reanimatie industrieel en agrarisch erfgoed’.

Gedeputeerde Rietkerk sprak het openingswoord uit. Ook de provincies zullen niet ontkomen aan bezuinigingen, dus of het stimuleringsprogramma wordt voortgezet is nog onzeker. Maar zeker is wel dat de provincie hecht aan hergebruik van bestaande bedrijfsterreinen. Ruimtelijk beleid is niet langer gelijk aan ruimtelijke expansie. “De gemeente die nu nog het weiland in wil, zal een goed verhaal moeten hebben”.

De oud-programmaleider van de provincie, Adriaan Velsink, besprak wat in de afgelopen 10 jaar tot stand is gebracht. Deventer kwam in het beeldmateriaal nog wel een langs, met natuurlijk de Raambuurt en het Havenkwartier. De voormalig hoofdredacteur van Binnenlands Bestuur, Pieter Nieuwenhuijsen, sprak ons in zijn gesproken column moed in. Het industrieel erfgoed past prima in onze tijd. De economie vraagt om ruimtelijke kwaliteit, wie wil concurreren, kan en moet zich onderscheiden. En de mensen hebben in deze woelige tijden behoefte aan een eigen identiteit.

Er waren heel verschillende workshops; onder meer een wandeling door de wijk Hart van Zuid, maar ook met de directeur van BOEI (die hergebruikplannen maakt voor de zwarte silo) over het economisch aantrekkelijk maken van erfgoed.

Tot slot konden de aanwezigen stemmen over stellingen. Dat de provincie alleen zou moeten bijdragen aan herbestemming als er een bovenlokaal belang is, werd door de meerderheid (64%) afgewezen. De stelling dat het accent te vaak op behoud ligt en te weinig op ontwikkeling, was lastiger: 58% eens, 42% oneens. De overgrote meerderheid van de aanwezigen (93%) vond dat tijdelijke functies in leegstaande panden eenvoudiger moeten worden toegelaten.