Bericht

Presentatie muurreclame en boek "De Man van Deventer" groot succes

Afgelopen vrijdag 7 mei is het project over de Man van Deventer door de SIED gepresenteerd: de herstelde muurreclame aan de gevel van het hoekpand Nieuwstraat 50/Kuiperstraat 2 en het boek over de “Man van Deventer - De man die niet verdwijnen kon” . De geschiedenis van Sam Noach en zijn beroemde Kloosterlinnen. Deze presentatie werd een groot succes.

Allereerst wordt de herstelde reclame op de muur van het pand van de vroegere Deventer handelaar in "Vlaamsch" Kloosterlinnen Sam Noach onder grote belangstelling door de kleinzoon en achterkleindochter onthuld. Velen zijn hier op af gekomen.

In aansluiting daarop loopt het gezelschap naar de voormalige synagoge in de Golstraat. Het gebouw dat ruimte biedt aan 200 bezoekers loopt geheel vol.

 

 

SIED-voorzitter Gijs Van Elk kan allereerst kleinzoon Leo van Biene met echtgenote en kinderen (uit Australië), achterkleinkind Michelle Noach met echtgenoot (uit Londen) en neef Bram de Lange met dochter (uit Brussel en Deventer) begroeten. Zij zijn voor deze gelegenheid naar Deventer gekomen. Leo van Biene staat aan de basis van dit project. Hij beschikt over het plakboek over het leven van Noach. Bij een bezoek aan Deventer heeft hij dit plakboek bij zich en komt hij in contact met Otto van Huffelen, de huidige eigenaar van het pand waarin Sam Noach destijds zijn zaak in kloosterlinnen heeft gedreven. Otto en zijn zoon Ramon waren al eerder op de gedachte gekomen over de geschiedenis van deze joodse koopman een boek te schrijven. Het plakboek blijkt belangrijk basismateriaal te bevatten.  

 
Ruud Johannes, de trekker van de restauratie van de muurreclame en vrijwilliger bij de SIED, citeert bij zijn uitleg uit het krantenbericht in De Stentor waarin het voornemen van vader en zoon Van Huffelen kenbaar wordt gemaakt. Ze roepen personen op die informatie hebben over deze man en zijn bijzondere manier van bedrijfsvoering, zich bij hen te melden. In die tijd werd er door de SIED gedacht over het terugbrengen van de muurreclame, die volgens oude foto’s op de muur van het bedrijfspand hebben gezeten. Laat dezelfde Otto Van Huffelen nu ook de eigenaar van het pand zijn! Welnu, het contact met hem wordt snel gelegd. Er wordt besloten om te gaan samenwerken en er één project van te maken.
Ruud Johannes toont aan de hand van talrijke beelden aan hoe moeilijk het is geweest om de beoogde bedrijfsreclame van de Man van Deventer te vinden. Het was een krabavontuur vol met verrassingen. Er zijn door zeer minutieus krabben liefst zes verschillende reclames uit de periode van 1900 tot 1960 ontdekt. Daarvan waren er drie van de Man van Deventer. De uit 1931 stammende schildering  is nu teruggebracht.

 

Peter Nijhof van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en voorzitter van de landelijke stichting “Tekens aan de Wand” plaatst na het verhaal van Ruud Johannes deze muurschildering in een landelijk kader. Overal in Nederland zijn nog historische reclames te vinden die hun functie hebben verloren zoals tegeltableaus, neonreclames en geschilderde muurreclames.

Vanaf de late 19e eeuw kwam de massaconsumptie en daarmee de reclame opzetten. Met de mobilisering werd vanaf 1900 buitenreclame steeds belangrijker. Geschilderde reclames op winkelpuien, bedrijfsgebouwen en blinde gevels van woonhuizen verdwijnen na 1945 langzaam uit beeld: vervaagd, overgeschilderd of met gebouw en al gesloopt. Vanaf 1980 zijn vanuit steden als Kampen en Utrecht initiatieven genomen voor het behoud van deze laatste `fresco`s van de middenstand’.
Vaak zijn er heel fraaie beelden bij van bekende kunstenaars zoals die van “’n Kleintje koffie” in Den Haag, en 'Graaf Egbert sigaren' in Bergen op Zoom (en in Deventer). Soms gaat om een bijzondere lettertypologie of om saillante prijs- of reclameaanduidingen. (zie www.historischemuurreclames.nl ). Er zijn naar de opvatting van Nijhof mooiere muurreclames dan deze van “De man van Deventer” maar dit project is uniek door de wetenschappelijke wijze waarop dit project is aangepakt en de geschiedenis van deze muur is gedocumenteerd.

  

Sam de Visser van de SIED schetst tijdens de bijeenkomst de gedachten die aanvankelijk bij hem over het boek leefden. Bij kennismaking met het plakboek wordt gedacht aan een vrolijk boek over deze flamboyante, eigenzinnige zakenman die er steeds met zoveel passie en humor in slaagt zichzelf en daarmee zijn “unieke” kloosterlinnen via advertenties in het centrum van de belangstelling (zijn universum) te plaatsen. Er zijn veel anekdotes over hem bekend en Sam de Visser denkt er een vrolijk boek van te maken.
Maar dan komt ide omslag. Hij en mede-researcher Otto van Huffelen stuiten op de zich aandienende oorlog. Het gezin Noach ontkomt niet aan de maatregelen van de bezetter. Men duikt onder, uitgezonderd de vaders des huizes. Ondanks aandringen van diverse kanten wil hij dat niet. Hij is zo'n bekende Nederlander; simpelweg verdwijnen komt niet in hem op.  Hij wordt in 1942 opgehaald en naar het werkkamp in Hummelo gebracht samen met 26 andere Deventer joden. Hij krijgt het nummer 27 (staat op zijn koffer!). Door een toeval wordt er in het Stadsarchief (het script van het boek is dan al bijna af) nog een mapje met de foto’s van zijn vertrek gevonden. Indringende foto’s, de gruwel van deze oorlog komt op je af. In oktober wordt hij naar Westerbork vervoerd en enkele weken later al vindt hij de dood in Auschwitz. Zijn vrouw Betje zal in 1944 in hetzelfde kamp sterven.
Van het gezin Noach overleven alleen dochter Clara en haar man Charles van Biene de oorlog. Zij stuiten net als veel andere teruggekeerde joden op het onbegrip dat bij veel Nederlanders, inclusief de overheid, bestaat tegenover de overgebleven joodse mensen. Ook in Deventer. De problemen die dochter Clara ervaart om het pand terug te krijgen zijn groot. Met plaatsvervangende schaamte nemen de schrijvers hiervan kennis. Het boek verandert van karakter en krijgt een donker slotakkoord. Toch krijgt het boek aan het eind een wat lichtere toets.  In 1951 wordt er in het pand “Het Lingeriehuis”  uit Rotterdam gevestigd. Mevrouw Oostendorp - Te Riele wordt de bedrijfsleidster. De zaak krijgt er echter niet de loop in, totdat ze de directie in Rotterdam duidelijk maakt dat de naam “De Man van Deventer” weer in de advertenties en op de muur moet worden gevoerd.  Het publiek weet de zaak weer te vinden….tot de sluiting in 1969: 27 jaar na de dood van Sam Noach.

 

Wethouder Jos Pierey overhandigt vervolgens als vertegenwoordiger van het college van Burgemeester en Wethouders het “eerste"  boek aan Leo van Biene en Michelle Noach. Jos Pierey was tevoren al in de gelegenheid gesteld een blik in het boek te werpen. Hij citeert enthousiast enkele anekdotes uit het boek. Roemt Sams durf en vooruitziende blik. Hij was ook de grote stimulator voor de gevestigde winkeliers in de Nieuwstraat. Dat leverde zelfs jaloezie van ondernemers elders in de binnenstad op. De gemeente moest dat weer in goede banen zien te leiden. Lof voor de werkers van de projectgroep en de SIED.

 

Leo van Biene schetst in zijn dankwoord het proces van betrokkenheid bij dit project. Hij heeft zijn grootvader niet meer gekend. Hij is vóór zijn geboorte gestorven. Maar Sam Noach is toch altijd in zijn leven gebleven. Hij groeide er vooral via zijn moeder, die als enige van de 3 kinderen de oorlog overleefde, mee op. Zij verhaalde vaak over haar leven in Deventer waardoor de geschiedenis van haar vader hem steeds meer ging intrigeren. Hij raakte helemaal gefascineerd toen hij uit zijn moeders bezit het plakboek tegen kwam dat Sam zelf ter gelegenheid van zijn veertigste jaar als zakenman had samengesteld. Het bracht hem er 6 jaar geleden toe om een bezoek aan Deventer te brengen. Hij heeft toen het zakenpand van zijn grootvader opgezocht en met Otto van Huffelen kennisgemaakt. Hij vertelt over zijn betrokkenheid bij het zoekproces naar de geschiedenis van zijn grootvader, de bijzondere relatie die met Otto van Huffelen is ontstaan, het latere contact met de projectgroep waarbij hij steeds op de hoogte bleef van de vorderingen. Zijn kennis rond de bedrijfsvoering van zijn grootvader en de gevolgen van de oorlog kreeg een andere dimensie. Hij toont zich geroerd door de getoonde belangstelling en het werk dat door de mensen van de SIED is verricht. Het project en de publicatie van het boek zijn niet alleen een testament van Sam Noach's leven geworden maar heeft ook voor Deventer en zijn inwoners een herinnering opgeleverd. Het is een stad waarvan hij met trots kan zeggen dat hij daar voor zijn gevoel deel van uitmaakt.

Gijs van Elk sluit daar in zijn slotwoord graag bij aan. Hij dankt naast de projectleden van de SIED ook de vele anderen die een bijdrage hebben geleverd aan dit project, zoals de medewerkers van het Stadsarchief die hen steeds weer bijstonden, de personen die een interview toestonden, bureau SlotemakerSantema uit Deventer dat het prachtige ontwerp en de realisatie van het boek verzorgde en last but nog least de sponsors. Met een bos bloemen voor de projectmedewerkers wordt de zeer geslaagde bijeenkomst afgesloten. Een luid applaus begeleidt hen.

 Het boek is tegen de prijs van € 14,90 te verkrijgen bij de volgende winkeliers: Boekhandel Praamstra, boekhandel Aalpoel & Schouten, Boekwinkel Colmschate, Etty Hillesum Centrum, Museumwinkel in de Waag en bij de SIED.