Bericht

High Tech in een oude tapijtfabriek.

Interessant bezoek aan Machinefabriek Geurtsen aan de Smyrnastraat in de Voorstad te Deventer.

Op 10 oktober jongstleden bezochten rond vijftig donateurs en vrijwilligers van de SIED de Machinefabriek Geurtsen in de Voorstad. Tijdens een vriendelijke ontvangst met koffie en koek vertelde de heer Nico Geurtsen, die met zijn zoon Patrick het bedrijf leidt, een en ander over de geschiedenis van zijn bedrijf.

centrale entree binnenhof

 

Grootvader Geurtsen was al actief als haardsmid in Twello. Het bedrijf was Deventer op verschillende plaatsen gevestigd, onder andere op de Molenbelt, in het fabrieksgebouw dat nu o.m. een toneelgezelschap onderdak biedt. De heer Geurtsen en een van zijn medewerkers, de heer Tonny Philips, namen ieder een groep mee de fabriek in, we zouden op deze vrijdagmiddag nog net overal mensen aan het werk kunnen zien.

Begeleider Tonny Philips

De firma heeft het bedrijf in 1978 van de toenmalige tapijtfabriek overgenomen. De tapijtfabriek, die al in 1904 gebruik is genomen, was tot het laatst in bedrijf. Geurtsen zelf heeft de oude weefgetouwen door een handelaar in oud ijzer nog zien afvoeren. Na een wandeling over de kenmerkende binnenhoven van de fabriek kwamen we - tussen de oude watertoren en het oude ketelhuis door - een grote opslag binnen.

Oude watertoren en machinekamer Oude ketelhuis

Daar stonden twee types van een zeer interessante oude trekker met het opschrift DAVO. Die naam is vroeger met trots door meerdere ondernemingen in de stad gedragen, zoals een brouwerij en een haardenfabriek. Maar hier betrof het de overblijfselen van een poging van de gebroeders Geurtsen uit de jaren vijftig. De vader en een oom van de heer Geurtsen hebben in die jaren geprobeerd een Nederlandse tractorindustrie te starten, die helaas na honderd exemplaren niet opgewassen bleek tegen de andere gevestigde buitenlandse merken. Een van de deelnemers liet uit zijn verzameling reclamemateriaal van deze trekkers zien.

Davo trekker

Overal in de fabriek waren medewerkers bezig met draaien en lassen van metalen onderdelen voor machines en installaties met de meest uiteenlopende functies. De draai- en freesbanken zij in veel gevallen computergestuurd, zeg maar volautomatisch, wanneer ze eenmaal zijn voorbereid en ingesteld.

Ontstaan in 1926 als haardensmederij annex constructiewerkplaats is het familiebedrijf uitgegroeid tot een zeer modern geoutilleerd bedrijf voor engineering*, de productie, de reparatie en het onderhoud van speciale machines. Geurtsen kan een op maat gesneden oplossing bieden, praktisch, bedrijfszeker en met gebruik van moderne technieken. Geurtsen is onder meer actief in de volgende sectoren: chemische en farmaceutische industrie,grafische industrie, metaalindustrie, textielindustrie, voeding- en genotmiddelenindustrie en niet in het minst in de vleesverwerkende industrie. De firma Geurtsen heeft het historische pand aan de Smyrnastraat in 1978 betrokken. Het machinepark is modern en grotendeels computergestuurd, ongeveer 60 vakbekwame en gekwalificeerde medewerkers staan ter beschikking. De afmetingen van de oude tapijtfabriek zijn zeer geschikt voor projecten met een groot volume of buitengewone afmetingen. Niet gebruikte gedeelten van het grote complex zijn aan een uitgever en aan een sportschool verhuurd.

Overal in de fabriek zagen we zorgvuldig uitgevoerde en geadministreerde machineonderdelen in (roestvrij) staal, aluminium en kunststof klaarliggen, meestal in een beperkte oplage. Er stonden ook machines van een grote Deventer drukkerij, die ter reparatie waren aangeboden. Ook nieuwe machines krijgen hier hun laatste afwerking, die de firma Geurtsen in eigen beheer ontwikkeld heeft voor de voedingsindustrie.

Een aantal van de werknemers van Geurtsen werkt permanent buitenshuis om ter plaatse, in de industrie, het onderhoud en de goede werking te verzekeren van de machines, die ooit in deze hallen zijn gebouwd. Van de ene naar de andere ruimte wandelend, werd onze aandacht meermalen op de fabriek zelf gevestigd. We liepen van achter naar voren in de hallenreeks, waardoor we in steeds oudere ruimtes terecht kwamen. Dit was ook goed af te lezen in de toegepaste dakconstructie van de sheddaken, die bijvoorbeeld in het oudste deel voor een groot deel van hout waren in tegenstelling tot de latere gedeelten van de fabriek.

De Koninklijke Nederlandse Tapijtfabriek, de voorloper van de Vereenigde Tapijtfabrieken, heeft oude Deventer wortels. Al in 1777 heeft de gemeente Deventer een katoenfabriek laten stichten, een zogenoemde armenfabriek ter bestrijding van de werkeloosheid in die dagen. Deze fabriek stond op de plek van het oude postkantoor, aan het einde van de Nieuwstraat. Vanaf 1797 werden er ook tapijten gemaakt. De fabriek heeft in de negentiende eeuw veel meegemaakt: het Deventer tapijt werd in die tijd een begrip, met Koninklijke afnemers van het kamerbrede tapijt en met ontwerpen van kunstenaars van naam. Een toenmalige directeur, de oud-militair P.G. van Schermbeek moderniseerde, dat wilde zeggen: mechaniseerde de handweverij aan het einde van de negentiende eeuw. Hij kon zijn plannen niet alle verwezenlijken, omdat hij in 1901 stierf. De heer J.G. Mouton, die in Amersfoort al een tapijtfabriek bezat, werd zijn opvolger en heeft de stijgende lijn van zijn voorganger voorgezet. Hij was niet alleen de bouwheer (opdrachtgever), maar ook de architect van de fabriek in de Voorstad, want nieuwbouw was broodnodig, de fabriek in de stad was te oud en veel te klein geworden. Maar in 1907 stond de nieuwe fabriek weer helemaal vol weefgetouwen en was een uitbreiding nodig.

Een bijzonder onderdeel van de fabriek, in het bijzonder van het kantoorgedeelte, is de toneelzaal op de eerste verdieping. Hoewel deze zaal een typisch jaren vijftig uiterlijk heeft, bestaat deze ruimte al veel langer, waarschijnlijk was ze eerder als tentoonstellingruimte in gebruik bij de tapijtfabriek. Eén van de deelnemers herinnerde zich ter plaatse het bijwonen van een voorstelling in deze zaal.. De ruimte is nu al tientallen jaren in onbruik en zal vanwege de strengere brandweereisen nooit meer zijn oude functie kunnen terugkrijgen.

De oude toneelzaal, een bezienswaardigheid

Met een bijeenkomst in de kantine werd de excursie afgesloten. De rondleiders werden door onze voorzitter Gijs van Elk hartelijk bedankt met een exemplaar van het vers verschenen boek over de Deventer beddenfabriek Auping.